Het lijkt een beeld uit een spotje over de multiculturele samenleving: een hoogbejaarde, autochtone vrouw met rollator
en een moslima met een hoofddoekje doen samen
boodschappen in een supermarkt en delen een winkelkar.
In werkelijkheid gaat het om vrijwilliger Masoumeh Rahini die de 86-jarige mevrouw Dallinga helpt met haar wekelijkse boodschappen. De Hulpdienst van Humanitas bracht ze bij elkaar.
Samen naar de winkelNa het afrekenen verlaat het tweetal de winkel en samen lopen ze naar de woning van mevrouw Dallinga. Mevrouw Rahini trekt het tweewielige wagentje met de boodschappen voort. Af en toe wordt er een korte rustpauze ingelast. “Ik ben hartpatiënt”, legt mevrouw Dallinga licht hijgend uit. “Maar ik ben zo blij dat ik nog steeds dit wandelingetje kan maken met Masoumeh.”
Hulpdienst
Thuisgekomen praten we verder over de hulp die Masoumeh biedt. “Vanwege mijn hartproblemen heb ik recht op drie uur thuiszorg per week”, vertelt mevrouw Dallinga. “Toen mijn huisarts hoorde dat een uur opging aan boodschappen doen, werd hij boos. De thuiszorg is er om te poetsen, zei hij. Daarom heeft hij voor het boodschappen doen contact gezocht met de Hulpdienst van Humanitas. Zo ben ik in contact gekomen met Masoumeh.”
STIP
“Ik help mevrouw Dallinga nu zo’n anderhalf jaar met haar boodschappen”, zegt Masoumeh, die twintig jaar geleden uit Iran is gevlucht. “Toen ik een kaartje in de bus kreeg van het Steun- en Informatiepunt (STIP) in onze buurt, heb ik me aangemeld voor de vrijwillige boodschappendienst van Humanitas. Ik vind het leuk om voor ouderen te werken. Nu doe ik voor drie mensen wekelijks de boodschappen. Eens in de maand praat ik bij het STIP over hoe het gaat.”
Activiteiten
Sommige cliënten van Masoumeh komen de deur niet meer uit. “Ze moeten me dan vertellen wat ze nodig hebben, want boodschappenlijstjes in het Nederlands kan ik niet lezen. Ik maak dan mijn eigen lijstjes en dat werkt prima!” De hulp van Masoumeh beperkt zich niet alleen tot boodschappen doen. “Soms gaan we samen kleren kopen. Of ze begeleidt me naar de dokter”, zegt mevrouw Dallinga. “Zij is als familie voor me”, glimlacht Masoumeh terwijl ze haar cliënt met genegenheid bij de arm pakt. “Mevrouw Dallinga is altijd heel lief voor me.”







